EKI Rubber en Schuim

    Celrubber vs vol rubber (massief rubber): het verschil

    Celrubber en vol rubber kunnen op het eerste gezicht behoorlijk op elkaar lijken. Toch gedragen ze zich heel anders zodra je ze indrukt of belast. Het verschil zit namelijk niet alleen in de soort rubber, maar vooral in de structuur. Op deze pagina leggen we de belangrijkste verschillen uit en laten we zien waar je bij de materiaalkeuze nog meer op moet letten.


    In het kort

    Het grootste verschil tussen celrubber en vol rubber (ook wel massief rubber genoemd) zit in de structuur. Celrubber heeft een cellulaire, geschuimde opbouw en laat zich relatief gemakkelijk samendrukken. Vol rubber is dichter en massiever. Het vervormt minder makkelijk en komt in hardheden tot 90-95 Shore A tegenover maximaal circa 50 Shore A bij celrubber. Celrubber kies je bijvoorbeeld voor afdichtingen, tochtstrips of trillingsdemping, waar samendrukbaarheid nodig is. Kies vol rubber voor kantbescherming en toepassingen waar slijtvastheid en stevigheid belangrijker zijn dan compressie. 

    Maar er zijn meer eigenschappen die bepalen welk rubber het beste past bij jouw toepassing! Hieronder zoomen we verder in op de verschillen en helpen we je stap voor stap de juiste keuze te maken.





    Eigenschappen per materiaal


    Wat is celrubber?

    Celrubber is een geschuimd, flexibel rubber met een gesloten, semi-gesloten of open celstructuur. Hierdoor is het vrij licht en is het materiaal goed samen te drukken. Na het indrukken keert het gemakkelijk weer terug naar zijn originele vorm. Het wordt onder andere gebruikt voor tochtstrips of afdichtingen. Binnen het assortiment van EKI vind je celrubber met verschillende celstructuren en eigenschappen. EKI levert onder andere celrubber in EPDM, neopreen, NBR en NR, geschikt van heel zacht tot circa 50 Shore A.

    Wat is vol rubber (massief rubber)?

    Vol rubber, ook wel massief rubber genoemd, heeft geen cellulaire structuur. Het materiaal is daardoor dichter en harder dan celrubber. Vol rubber laat zich dan ook minder gemakkelijk samendrukken. Daarom wordt vol rubber vooral gebruikt wanneer het materiaal mechanisch wordt belast of moet beschermen tegen bijvoorbeeld druk, wrijving of stoten. 

    Vol rubber komt in hardheden van ongeveer 60 tot 95 Shore A. EKI verwerkt het onder andere tot plaatrubber, U-profielen en rubber band, in grondstoffen als SBR, EPDM, NBR, neopreen, butyl en siliconen.

    Goed om te weten

    Celrubber en vol rubber kunnen bijvoorbeeld allebei van EPDM worden gemaakt. EPDM zegt iets over de grondstof en eigenschappen zoals weer-, UV- en ozonbestendigheid. Celrubber of vol rubber zegt vooral iets over de structuur en hoe het materiaal vervormt.


    Wanneer kies je celrubber en wanneer vol rubber?

    Kies celrubber als...

    • het materiaal moet samendrukken om oneffenheden of kieren af te dichten

    • je een tochtstrip, afdichtingsband of trillingsdemper nodig hebt

    • een licht gewicht en flexibiliteit belangrijker zijn dan slijtvastheid

    Kies vol rubber als...

    • je stevige kantbescherming of afwerking van plaatranden nodig hebt

    • het materiaal wordt blootgesteld aan wrijving, stoten of zware mechanische belasting

    • je oplegrubber zoekt voor een goede drukverdeling bij zware constructies

    Vuistregel

    Moet het rubber vooral vervormen om ruimte op te vullen of af te dichten? Kijk dan eerst naar celrubber. Moet het vooral belasting opnemen, beschermen of weerstand bieden tegen wrijving? Dan ligt vol rubber meestal meer voor de hand.




    Wat is de Shore-hardheid?

    Shore-hardheid geeft aan hoe hard of zacht rubber is. Hoe hoger de waarde binnen dezelfde Shore-schaal, hoe harder het materiaal. Bij vol rubber wordt meestal Shore A gebruikt, terwijl bij zacht celrubber ook Shore 00 wordt toegepast. Deze schalen zijn niet één-op-één met elkaar te vergelijken.

    Bovendien zegt Shore-hardheid bij celrubber niet alles over de samendrukbaarheid. Twee soorten celrubber kunnen dus allebei ‘zacht’ aanvoelen, maar onder belasting toch heel anders reageren.


    In 3 stappen naar het juiste rubber

    Bij het kiezen van het juiste materiaal voor jouw toepassing kijk je naar wat het rubber moet doen en in welke omstandigheden het wordt gebruikt. Daarna kies je de grondstof die past bij de omstandigheden.

    Stap 1. Wat moet het rubber doen?

    Denk na over de functie van het materiaal. Moet het rubber flexibel zijn om bijvoorbeeld een kier af te dichten? Of moet het juist hard zijn en zware belasting of stoten kunnen opvangen?

    Stap 2. Celrubber of vol rubber?

    Op basis van de functie bepaal je of celrubber of vol rubber het meest geschikt is. Voor samendrukken en afdichten ligt celrubber vaak voor de hand. Voor mechanische belasting en bescherming is vol rubber vaak geschikter.

    Stap 3. Welke grondstof?

    Kijk vervolgens naar de omstandigheden waarin het rubber wordt gebruikt, zoals UV, ozon, olie, water en temperatuur. Zo wordt EPDM veel toegepast wanneer weer-, UV- en ozonbestendigheid belangrijk zijn. NBR wordt vaak gekozen wanneer oliebestendigheid een belangrijke eis is.



    Conclusie

    Celrubber en vol rubber lossen verschillende problemen op. Celrubber is de juiste keuze zodra samendrukbaarheid nodig is, zoals bij afdichtingen en trillingsdemping. Vol rubber is de sterkere keuze wanneer stevigheid en slijtvastheid vooropstaan, zoals bij kantbescherming en opleggingen. Beide materialen zijn leverbaar in verschillende grondstoffen, waarmee je de weer-, olie- of temperatuurbestendigheid verder afstemt op jouw toepassing.

    Twijfel je welk type rubber en welke grondstof het beste past bij jouw situatie? Neem contact op voor advies. We helpen je graag bij het kiezen van een passende oplossing.

    Veelgestelde vragen